
Stijl IRMR, portret/cartoon, stijl Underzo, graffiti krijt,
achtergrond bomen een woonwagen met graffiti van Frankenstein en Dracula
onderaan een pad met bosbloemen, laag 2 olieverf voor de woonwagen staat
blonde Dorothy of Oz, en schoolmeisje roodharige Annie beide in een fantasie
jurk, hun haren losse staartjes een strikje, mooie ogen en mooie make up,
de wereld straalt, ze zijn gelukkig, langs het pad glinsteren de mooiste
zilveren bloemen emboss 20
Teksten ©IRME 2026
🌈
Dorothy & Annie bij het Huis van de Gekke Monsters Een vrolijk, licht en speels sprookje
Op een ochtend die eigenlijk veel te bont gekleurd was om echt te bestaan,
liep Dorothy over een pad dat glinsterde als snoepfolie.
Toto huppelde naast haar, maar elke keer dat hij blafte, kwamen er glitterwolken uit zijn bek.
“Dat is nieuw,” mompelde Dorothy, terwijl ze een pluk regenbooggras opzij schoof.
Plots hoorde ze een stemmetje:
“Ben jij ook verdwaald, of is dit gewoon jouw maandag?”
Daar stond Annie, het weesmeisje, met haar rode krullen die leken te dansen in de wind.
Ze droeg een jurkje dat zo vrolijk was dat zelfs de zon even knipperde.
“Ik ben Annie,” zei ze. “En ik denk dat we op het verkeerde sprookjes pad zitten.”
Dorothy wilde net antwoorden toen er een donkere schaduw over hen viel.
Niet één schaduw.
Niet twee.
Maar **drie**.
Voor hen stond een huis op wielen, zo volgepropt met kleuren, maskers, bloemen, schedels,
linten, en vreemde snuisterijen dat het leek alsof een carnavalswagen en een spookhuis een baby hadden gekregen.
En voor dat huis stonden…
Dracula, in een mantel die glansde als olie.
Frankenstein, met een vriendelijk maar licht verward gezicht.
En een ste poppenmeisjes met grote ogen en jurken die zo fel waren dat ze bijna zongen.
“Welkom!” riep Dracula, die verrassend vrolijk klonk.
“We zijn bezig met onze jaarlijkse *Monsterlijke Modemarkt*. Willen jullie meedoen?”
Frankenstein knikte enthousiast. “Ik heb een nieuwe hobby: glitterlijm. Kijk!”
Hij tilde zijn hand op — en ja hoor, er zat glitter op plekken waarvan niemand wist dat die bestonden.
Annie giechelde. “Jullie zijn helemaal niet eng.”
“Nou,” zei Dracula, “we *proberen* het soms, maar het lukt niet altijd.
Vooral niet sinds Frankie alles met glitters besmeert.”
De poppenmeisjes begonnen te dansen, hun jurken zwierden als snoepwervels.
Dorothy keek naar Annie. Annie keek naar Dorothy.
En zonder iets te zeggen doken ze samen het feest in.
Dorothy kreeg een kroon van regenboogveren.
Annie kreeg laarzen die bij elke stap *boing!* zeiden.
Toto kreeg vleugeltjes van papier — hij vond het geweldig.
“Zullen we blijven?” vroeg Annie.
“Voor even,” zei Dorothy. “Tot de glitters op zijn.”
“Dat gebeurt nooit,” zei Frankenstein trots.
En zo begon de vreemdste, vrolijkste dag die Oz en Annie ooit hadden meegemaakt —
een dag vol monsters die niet eng wilden zijn, meisjes die niet bang waren,
en een huis dat zó kleurrijk was dat zelfs de regenboog jaloers werd.
Elfje
“Monsters zijn alleen eng als ze honger hebben. Geef ze koekjes en ze worden poëten.”