"Nog Eén Keer"In een vergeten steeg,
waar de stad haar adem inhoudt,
staat een oude fabrieksmuur — brokkelig, verweerd, maar levend.
Daarop danst een muurschildering, niet geschilderd met verf,
maar met krijt, stof, en herinnering.
Twee figuren, half transparant, man en vrouw,
getekend in zachte lijnen, als schimmen van wat ooit was.
Ze hangen in een omhelzing, hun lichamen vervlochten in
een moment dat de tijd heeft stilgezet.
Voor hen staan vijf kinderen — een jongen en een meisje,
beide met kort blond haar, witte T-shirts,
de onschuld van de jeugd gevangen in krijt.
Ze reiken naar hun ouders,
alsof ze voelen dat dit de laatste knuffel is.
Sterren dwarrelen om hen heen,
als zegeningen uit een andere wereld.
De achtergrond is hemelsblauw,
mysterieus als de nacht waarin dromen geboren worden.
Voorbijgangers stoppen.
Sommigen glimlachen, anderen pinken een traan weg.
Ze weten niet wie deze mensen zijn,
maar voelen het verhaal in hun hart.
Want liefde — echte liefde —
laat zich niet uitwissen door tijd, steen of stof.
Ze leeft voort, in krijt, in kinderen,
en in muren die fluisteren:
"We zijn er nog. In jou."
Teksten ©IRME/DI 11 november 2025